Welk slot hebt u?
Open de deur en kijk naar de zijkant. Ziet u een smalle metalen plaat met een of twee schoten erin, dan zit het slot in de deur: een insteekslot. Zit er aan de binnenkant een metalen kast op de deur geschroefd, dan is het een oplegslot. Dat vindt u vooral op dunne of oudere deuren.
Bij insteeksloten zijn er drie gewone soorten:
- Loopslot: alleen een dagschoot, het schuine schootje dat u met de kruk bedient. Geen sleutel. Typisch voor een living of slaapkamer.
- Dag-en-nachtslot: een dagschoot plus een nachtschoot die u met de sleutel uitdraait. Dit zit op de meeste bergingen, kelderdeuren en oudere achterdeuren.
- Badkamerslot: een dagschoot plus een schoot die u binnen met een draaiknop sluit. Buiten ziet u vrij/bezet, en kunt u in nood openen met een muntstuk of schroevendraaier.
Draait u de nachtschoot met een oude sleutel met een plat uiteinde? Dan hebt u een baardslot. Daarover leest u meer bij baardsloten.
Wat gaat er meestal mis?
Een gewoon slot gaat lang mee. Als er iets hapert, zit het probleem vaak niet in het slot zelf. Drie klachten komen het meest voor.
- De kruk hangt slap naar beneden. Er is een veer gebroken. Die zit in het beslag rond de kruk of in het slot. Haal de krukken en het beslag eraf en draai met alleen de vierkante stift in het slot. Veert die vanzelf terug, dan is het slot in orde en zit de gebroken veer in het beslag.
- De dagschoot valt niet meer in. De deur klikt niet dicht of springt weer open. Meestal is de deur wat gezakt en komt de schoot net naast het gat in de sluitplaat. De sluitplaat een paar millimeter verzetten lost dat op.
- De sleutel draait stroef. Probeer het met de deur open. Gaat het dan vlot, dan loopt de nachtschoot tegen de sluitplaat aan. Draait hij ook met de deur open stroef, dan ligt het meestal aan de cilinder, niet aan het slot.
Pas als het mechanisme zelf blokkeert of een schoot vastzit, moet het slot eruit. Gaat de deur helemaal niet meer open? Bel ons dan op 0493 / 08 93 59, ook 's nachts en in het weekend.
Een nieuw slot dat past: zo meet u op
Een nieuw insteekslot moet in dezelfde uitsparing passen, anders moet er gefreesd worden. Deze maten bepalen of het past:
- Doornmaat: de afstand van de voorkant van de voorplaat tot het midden van het krukgat. Vaak 50 mm.
- PC-maat: de afstand tussen het midden van het krukgat en het midden van het sleutelgat of de cilinder. Vaak 55 of 72 mm.
- Voorplaat: breedte, lengte en of de hoeken recht of rond zijn.
- Draairichting: de schuine kant van de dagschoot moet naar de sluitplaat wijzen. Bij veel sloten kunt u de schoot omdraaien, bij sommige koopt u een linkse of rechtse uitvoering.
Let op: twee sloten met dezelfde maten kunnen toch verschillen in de hoogte van de schoten. Dan moet de sluitplaat in het kader mee verzet worden. Daarom neemt u het oude slot best mee naar de winkel, of laat u ons opmeten.
Uw cilinder past in elk nieuw slot dat voor een profielcilinder gemaakt is. Kies wel dezelfde PC-maat, anders passen uw krukken en schild niet meer. Dan houdt u ook uw sleutels. Is hij versleten, vervang hem dan meteen mee: zie standaard cilinders.
Wanneer volstaat een standaard slot?
Voor binnendeuren, een berging, een kelder of de deur tussen garage en woning: ja. Daar moet een slot vlot werken en lang meegaan. Meer betalen voor een veiligheidsslot heeft daar weinig zin.
Voor een buitendeur die u met de sleutel afsluit, ligt het anders. Een standaard slot is niet gemaakt om wrikken of zagen te weerstaan, en het sluitplaatje zit vaak met twee korte schroeven vast. Daar kijkt u beter naar een versterkt slot of een meerpuntsluiting.
Is de deur dunner dan ongeveer 4 cm? Dan verzwakt een insteekslot de deur te veel en is een oplegslot de betere keuze.
