Hoe herkent u een baardslot?
Aan de sleutel. Een baardsleutel heeft een ronde steel en aan het uiteinde een plat stuk met inkepingen: de baard. Het sleutelgat is de klassieke vorm, rond bovenaan en smal onderaan.
Het slot zelf zit in de deur, als insteekslot, of op de deur in een metalen kast: een kastslot. U vindt ze in veel oudere Vlaamse huizen, op kamerdeuren, kelderdeuren en zolderdeuren. En soms nog op een achterdeur of voordeur die sinds de bouw niet meer veranderd is.
Op een binnendeur: prima
Een baardslot op een binnendeur dient voor privacy, niet om inbrekers tegen te houden. Daarvoor werkt het goed, en het hoort bij de stijl van een oud huis. Een werkend baardslot op een binnendeur hoeft u niet te vervangen.
Het grote nadeel wordt hier zelfs een voordeel. Een eenvoudig baardslot kent maar weinig sleutelvarianten. Daardoor past een sleutel van de ene kamerdeur vaak ook op de andere.
De sleutel van een binnendeur is kwijt
- Probeer eerst de andere sleutels in huis. Van andere binnendeuren, van een oude kast, uit de schuif waar niemand weet waar ze van zijn. De kans is reëel dat er een past.
- Forceer niets. Een schroevendraaier tussen deur en kader beschadigt een oude deur sneller dan u denkt, en oude deuren zijn moeilijk te herstellen.
- Laat de deur openen. Voor een technieker is een baardslot op een binnendeur meestal snel open, zonder schade aan deur of slot.
Daarna hebt u een nieuwe sleutel nodig. Hebt u er nog één, dan kan een sleutelmaker die vaak bijmaken. Is er geen enkele meer, dan zoeken we een passende sleutel of vervangen we het slot. Meer over sleutels bijmaken leest u bij sleutelmaker.
Op een buitendeur: geen goed idee
Wat op een binnendeur handig is, is op een buitendeur een probleem. Een eenvoudig baardslot werkt met vaste obstakels in het slot. Een sleutel waarvan de baard grotendeels is weggevijld, een loper, gaat langs die obstakels en opent zo veel sloten van hetzelfde type. Tegen openen zonder sleutel biedt zo'n slot weinig weerstand.
Er bestaan betere baardsloten, met beweegbare plaatjes binnenin: klaviersloten. Maar ook daar ligt de lat laag. In de laagste klasse van de Europese slotennorm volstaan drie plaatjes en 100 verschillende sleutels. Pas in een hogere klasse, met minstens zes plaatjes, moeten het er minstens 4.000 zijn.
Er is nog een reden. Komt een inbreker binnen zonder braaksporen, dan kan uw verzekeraar moeilijk doen. Dat hangt af van uw polis. Een baardslot op de voordeur maakt precies dat makkelijk.
Ombouwen naar een cilinderslot
Een nieuwe deur is daarvoor bijna nooit nodig. Bij een insteekslot halen we het oude slot eruit en plaatsen we een cilinderslot in dezelfde uitsparing. Vaak moet die een beetje groter of dieper gemaakt worden. Daarna komt er een gat voor de cilinder. Het oude schild met het sleutelgat dekt dat niet meer af, dus er komt ook nieuw beslag, als het kan in een stijl die bij de deur past.
Bij een oud kastslot op een dunne deur kiezen we eerder voor een veiligheidsoplegslot dan voor een insteekslot. Zo wordt de deur niet verzwakt. Welk slot het best past, leest u bij standaard sloten en versterkte sloten. En vergeet de cilinder niet: die bepaalt mee hoe sterk het nieuwe slot echt is.
Staat u nu buiten voor een buitendeur met een baardslot en zonder sleutel? Bel ons dan op 0493 / 08 93 59, ook 's nachts en in het weekend. Lees intussen wat u doet bij een verloren sleutel.
